Purmerend – Het gerechtshof Amsterdam heeft een 30-jarige man veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor een gewelddadige poging tot doodslag en een diefstal in een fietsenstalling bij station Purmerend. Daarmee valt de straf een jaar hoger uit dan de acht jaar cel die de rechtbank Noord-Holland in 2022 oplegde. Opvallend is dat het hof het eerdere vonnis vernietigt en tot een andere bewezenverklaring komt, maar desondanks een zwaardere straf oplegt.
De zaak draait om de nacht van 12 op 13 februari 2021. Een medewerker van de fietsenstalling bij station Purmerend werd de volgende ochtend rond 08.20 uur zwaargewond aangetroffen in het kantoor van de stalling. Hij had de hele nacht in een plas bloed gelegen nadat hij met extreem geweld was mishandeld. Uit de fietsenstalling waren onder meer gereedschap, een bedrijfsjas, een portemonnee en een mobiele telefoon verdwenen.
Hamer, DNA-sporen en wisselende verklaringen
Volgens het gerechtshof is overtuigend bewezen dat de verdachte zelf met een hamer tegen het hoofd en gezicht van het slachtoffer heeft geslagen. Op de steel van de hamer en de handgreep van de gereedschapskast werd DNA van de verdachte aangetroffen. Op de kop van de hamer zat bloed van het slachtoffer.
De verdachte gaf in de loop van het onderzoek verschillende verklaringen over hoe zijn DNA op de hamer terecht zou zijn gekomen. Eerst verklaarde hij nooit in Purmerend te zijn geweest. Later zei hij dat hij er wel was geweest om zijn kapotte rolkoffer te repareren en uiteindelijk verklaarde hij zich niet meer te kunnen herinneren of hij ΓΌberhaupt in Purmerend was geweest. Het hof achtte die verklaringen niet geloofwaardig en concludeerde dat de verdachte de hamer uit de gereedschapskast heeft gepakt en daarmee het slachtoffer heeft geslagen.
Hof ziet onvoldoende bewijs voor medeplegen van het geweld
Waar de rechtbank Noord-Holland de verdachte eerder veroordeelde voor medeplegen van de poging tot doodslag, komt het gerechtshof op dat punt tot een andere conclusie. Volgens de rechters staat niet vast welke rol een tweede verdachte precies heeft gespeeld bij het geweld. Daarom wordt alleen de verdachte verantwoordelijk gehouden voor de poging tot doodslag.
Voor de diefstal oordeelt het hof juist dat wel sprake is van medeplegen. Camerabeelden laten zien dat twee mannen gezamenlijk naar de fietsenstalling kwamen, samen vertrokken en goederen meenamen. Daarom blijft de veroordeling voor diefstal in vereniging in stand.
Waarom de straf toch hoger uitvalt
Hoewel de bewezenverklaring op één onderdeel beperkter is dan bij de rechtbank, legt het hof juist een hogere gevangenisstraf op. Volgens het hof rechtvaardigen de uitzonderlijke ernst van het geweld, de blijvende gevolgen voor het slachtoffer en de eerdere veroordelingen van de verdachte in Nederland, Frankrijk en Letland in beginsel zelfs een gevangenisstraf van tien jaar. Omdat de behandeling van het hoger beroep ruim twee jaar langer duurde dan volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is toegestaan, werd de straf uiteindelijk met één jaar verminderd tot negen jaar.
Slachtoffer kan niet meer zelfstandig leven
Het slachtoffer liep bij de aanval ernstig hersenletsel en meerdere schedelbreuken op. Volgens het hof is hij cognitief, lichamelijk en visueel blijvend beperkt geraakt. Hij kan niet meer zelfstandig wonen, heeft dagelijks zorg nodig en zijn persoonlijkheid is ingrijpend veranderd. Het hof noemt het feit extra schrijnend omdat het extreme geweld uiteindelijk werd gebruikt om goederen van relatief geringe waarde buit te maken. Een deel van die buit werd later zelfs langs de vluchtroute teruggevonden.
Schadevergoeding bijna verdubbeld
Naast de gevangenisstraf moet de verdachte ook een veel hogere schadevergoeding betalen dan na de uitspraak van de rechtbank. Het gerechtshof kende het slachtoffer een schadevergoeding toe van 240.840,28 euro, waarvan 234.733 euro bestaat uit smartengeld. Daarmee is de vergoeding fors hoger dan de ruim 129.000 euro die de rechtbank eerder had toegewezen. Volgens het hof rechtvaardigen de blijvende lichamelijke en geestelijke gevolgen voor het slachtoffer deze uitzonderlijk hoge vergoeding.
Eerdere uitspraak vernietigd
Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de rechtbank Noord-Holland uit 2022 omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam. Uiteindelijk werd de verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag, gevolgd door een diefstal, en voor diefstal in vereniging. De uiteindelijke straf bedraagt negen jaar gevangenisstraf.
Relevante artikelen:


