Alkmaar – Drie mannen zijn door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld voor een gewelddadige poging tot afpersing van een bewoner van een woning aan de Vooruitstraat in Purmerend. De hoofdverdachte kreeg een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Zijn twee medeverdachten kregen ieder twaalf maanden cel, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
De drie werden in september vorig jaar op heterdaad aangehouden nadat de politie een melding had gekregen van een vechtpartij.
Politie treft drie verdachten aan in woning
De zaak speelde zich af op donderdag 11 september 2025. Rond 20.40 uur kreeg de politie een melding van een vechtpartij in een woning aan de Vooruitstraat. Toen agenten arriveerden, troffen zij drie mannen aan die de bewoner zouden hebben mishandeld.
Het ging om een 47-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats, een 18-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats en een 19-jarige man uit Amsterdam. Zij werden direct aangehouden en meegenomen voor verhoor. De bewoner liep verwondingen op, maar hoefde niet naar het ziekenhuis.
Geweld gebruikt om geld af te persen
Uit het onderzoek bleek dat de drie mannen de woning waren binnengegaan met het doel geld af te persen. Volgens de rechtbank werd het slachtoffer direct vastgepakt, geduwd, geslagen en geschopt. Terwijl hij probeerde te vluchten, blokkeerden de verdachten de uitgangen.
Vervolgens werd de bewoner gedwongen in te loggen op zijn ING-bankapp. De verdachten probeerden eerst β¬ 1.000 en daarna β¬ 2.000 over te maken. Omdat er onvoldoende saldo beschikbaar was, mislukten beide pogingen. Ook een poging om via een QR-code geld over te boeken leverde niets op.
Nog voordat de verdachten konden vertrekken, viel de politie de woning binnen. Daardoor bleef het bij een poging tot afpersing.
Rechtbank: hoofdverdachte nam het initiatief
De rechtbank maakte in drie afzonderlijke vonnissen onderscheid tussen de rollen van de verdachten. De hoofdverdachte kreeg de zwaarste straf omdat hij volgens de rechtbank de leiding had. Hij belde aan, ging als eerste de woning binnen, sloeg het slachtoffer, dwong hem de bankapp te openen en probeerde zelf geld over te boeken. De rechtbank spreekt van een initiΓ«rende rol, waardoor een hogere gevangenisstraf op zijn plaats was.Β
Een tweede verdachte gebruikte eveneens fors geweld. Hij sloeg het slachtoffer, schopte hem in het gezicht en voorkwam dat de bewoner kon ontsnappen. Omdat hij pas kort meerderjarig was, hield de rechtbank daar bij de strafmaat rekening mee.
De derde verdachte sloeg volgens de rechtbank niet zelf, maar maakte dreigende vuistbewegingen, blokkeerde de uitgangen en bleef de andere verdachten ondersteunen tijdens de poging tot afpersing. Zijn verklaring dat hij niet wist wat de bedoeling was, werd door de rechtbank ongeloofwaardig geacht.
Woning moet een veilige plek zijn
Volgens de rechtbank is het extra ernstig dat het geweld plaatsvond in de woning van het slachtoffer. De rechters benadrukken dat een woning de plek is waar iemand zich veilig moet kunnen voelen. Door het geweld en de bedreigingen heeft het slachtoffer een ingrijpende ervaring meegemaakt. Bovendien zorgen dergelijke feiten volgens de rechtbank voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.Β
Schadeclaim van β¬ 33.000 niet behandeld
Het slachtoffer diende aanvankelijk een schadeclaim van β¬ 33.000 in, bestaande uit β¬ 30.000 aan materiΓ«le schade en β¬ 3.000 aan immateriΓ«le schade. Kort voor de behandeling van de zaak werd echter een tweede schadevordering ingediend waarin alleen nog β¬ 1.350 aan immateriΓ«le schade werd gevorderd.
Omdat beide vorderingen naast elkaar bleven bestaan en niet duidelijk was welke de rechtbank moest beoordelen, werd het slachtoffer in beide vorderingen niet-ontvankelijk verklaard..
De rechtbank kende het slachtoffer desondanks een vergoeding toe door aan alle drie de verdachten een hoofdelijke schadevergoedingsmaatregel van β¬ 1.350 op te leggen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2025. De rechtbank achtte dat bedrag passend als vergoeding voor het opgelopen lichamelijke letsel en de immateriΓ«le schade. Als één van de verdachten het volledige bedrag betaalt, zijn de andere twee voor dat deel van hun betalingsverplichting bevrijd.Β
Contactverbod na vrijlating
Naast de gevangenisstraffen kregen alle drie de verdachten een proeftijd van twee jaar opgelegd. Ook mogen zij gedurende die periode op geen enkele wijze contact opnemen met het slachtoffer. Daarmee wil de rechtbank voorkomen dat het slachtoffer opnieuw met de verdachten wordt geconfronteerd.


