Opinie
Nederland moet kritischer kijken naar dure klimaatmaatregelen die relatief weinig invloed hebben op de wereldwijde temperatuur. Als klein land met ongeveer 0,35 procent van de mondiale CO₂-uitstoot ligt de grootste winst niet alleen bij beperken, maar vooral bij aanpassen: dijken, waterbeheer, zoetwater, hittebestendige steden en energiezekerheid.
Klimaatbeleid moet meer opleveren per euro
Nederland geeft miljarden uit aan klimaatbeleid. Het Klimaatfonds werd opgezet met bijna 35 miljard euro om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Maar de vraag wordt steeds belangrijker: levert iedere uitgegeven euro genoeg op?
Omdat Nederland maar een klein deel van de wereldwijde uitstoot veroorzaakt, is het directe effect van Nederlandse reductiemaatregelen op de wereldtemperatuur beperkt. Dat betekent niet dat uitstoot verlagen zinloos is, maar wel dat beleid scherper moet worden beoordeeld op effectiviteit.
Beschermen tegen gevolgen is geen bijzaak
Klimaatverandering is al merkbaar. Nederland blijft kwetsbaar door zijn lage ligging, rivieren, kust en dichtbebouwde steden. Het Deltaprogramma richt zich daarom op bescherming tegen overstromingen, voldoende zoetwater en een klimaatbestendige inrichting van het land.
Juist daar zou meer klimaatgeld naartoe moeten. Denk aan sterkere dijken, betere waterberging, droogtebuffers, groenere steden, betere afwatering en bescherming tegen hitte. Dat zijn investeringen waarvan Nederland direct profiteert, ongeacht wat China, India, Rusland of andere grote uitstoters doen.
Minder dure maatregelen met weinig effect
Het probleem is niet dat Nederland niets moet doen. Het probleem is dat klimaatgeld te vaak wordt uitgegeven alsof elke maatregel automatisch verstandig is. Dat is niet zo.
Maatregelen die miljarden kosten, maar wereldwijd nauwelijks meetbaar klimaateffect hebben, moeten kritischer worden bekeken. Zeker wanneer dat geld ook gebruikt kan worden voor bescherming van huizen, bedrijven, landbouw, infrastructuur en drinkwater.
De logische conclusie
De conclusie is daarom: Nederland moet niet stoppen met klimaatbeleid, maar het klimaatbeleid verleggen naar meer realisme.
Minder geld naar dure symboolmaatregelen met beperkt effect. Meer geld naar aanpassing, bescherming en innovatie die echt iets oplevert.
Nederland kan de wereld niet in zijn eentje afkoelen. Maar Nederland kan zich wél veel beter beschermen tegen de gevolgen van een veranderend klimaat. Dat is waarschijnlijk de verstandigste besteding van klimaatgeld.


