Ga naar inhoud
Binnenland

Motorrijder veroordeeld om gelijkenis clubhesje met verboden Satudarah

Redactie CheckOn••3 min leestijd
Deel dit artikel
FacebookWhatsAppX

Haarlem – Een man is door de Rechtbank Noord-Holland veroordeeld omdat hij tijdens een gezamenlijke motorrit een hesje droeg van motorclub Singa 19 dat volgens de rechtbank vrijwel identiek is aan de clubkleding van de verboden motorclubs Saudarah en Satudarah. Niet het lidmaatschap of de naam van de club was doorslaggevend, maar de sterke gelijkenis van de symbolen en de totale uitstraling van het hesje.

De zaak draait om een motorrit op 5 november 2022 in de regio Zaanstad en Wormerland. De verdachte reed samen met anderen, gekleed in Singa 19-hesjes met opvallend gele accenten, herkenbare patches en clubtitels. De rechter stelde vast dat deze elementen in logo, kleurgebruik, lettertype en vormgeving vrijwel overeenkomen met die van Saudarah en Satudarah. Door die sterke visuele overeenkomst ontstaat volgens de rechtbank in de openbare ruimte dezelfde identificatie met de verboden clubs.

Gelijkenis juridisch cruciaal

Die gelijkenis is juridisch cruciaal. De rechtbank benadrukt dat niet hoeft te worden vastgesteld of Singa 19 formeel een voortzetting is van Saudarah of Satudarah. De beoordeling gaat uitsluitend over het concrete gedrag: het openbaar tonen van symbolen die zodanig lijken op die van verboden motorclubs dat zij de verboden identiteit feitelijk in stand houden. Dat zichtbaar uitdragen wordt gezien als een bijdrage aan het voortbestaan van de verboden organisaties en valt daarmee onder het strafbare “voortzetten van werkzaamheden”.

Het Openbaar Ministerie stelde dat elke daad die het voortbestaan van een verboden organisatie ondersteunt, strafbaar is. De rechtbank volgt die lijn en verwijst naar recente rechtspraak van de Hoge Raad waarin is bepaald dat het begrip voortzetting ruim moet worden uitgelegd. Niet alleen organisatorische activiteiten, maar ook symbolische steun in de publieke ruimte kan hieronder vallen.

Eerdere vrijspraken

De verdediging wees erop dat de verdachte slechts kleding droeg en dat in eerdere zaken nog vrijspraken waren uitgesproken waarbij hesjes werden teruggegeven. Dat verweer werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat het bewust dragen van kleding met vrijwel identieke kenmerken als die van verboden clubs voldoende is om opzet aan te nemen. Ook het feit dat een eerder in beslag genomen hesje was teruggegeven, doet volgens de rechter niets af aan de strafbaarheid van het handelen.

De man kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van veertig uur. Die straf viel lager uit dan aanvankelijk passend werd geacht, omdat de procedure te lang duurde. Tussen de aanhouding in 2022 en de uitspraak in 2025 zat ruim een jaar meer dan de toegestane behandelingsduur.

Daarnaast verklaarde de rechtbank het Singa 19-hesje alsnog verbeurd. De verdachte moet het kledingstuk binnen een maand inleveren of anders 100 euro betalen als vervangende waarde. Met deze maatregel onderstreept de rechtbank dat juist het zichtbaar dragen van sterk gelijkende symboliek de kern vormt van het strafbare gedrag.

Deel dit artikel
FacebookWhatsAppX