Ga naar inhoud
Binnenland

Hof: Uber-chauffeurs zijn zelfstandige ondernemers, geen werknemers

Redactie CheckOn••2 min leestijd
Deel dit artikel
FacebookWhatsAppX

Het gerechtshof Amsterdam heeft bepaald dat zelfstandige Uber-chauffeurs moeten worden gezien als ondernemers en niet als werknemers. Daarmee wijst het hof de vorderingen van vakbond FNV af in het langdurige juridische conflict over vermeende schijnzelfstandigheid binnen het platform.

Volgens het hof is in deze zaak geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De zes chauffeurs die in hoger beroep samen met Uber procedeerden, opereren als zelfstandige ondernemers. Daarbij keek het hof naar een samenstel van factoren, waaronder de investeringen die de chauffeurs zelf doen, hun vrijheid om werktijden te bepalen, de keuze om ritten te accepteren of te weigeren en de financiële risico’s die zij dragen bij arbeidsongeschiktheid of aansprakelijkheid.

Vrijheid en ondernemersrisico centraal in oordeel

In de uitspraak benadrukt het hof dat de chauffeurs niet werken onder gezag zoals bij een reguliere werkgever-werknemerrelatie. Zij beschikken over aanzienlijke autonomie in hun dagelijkse werkzaamheden en dragen zelf het economische risico van hun onderneming. Dat ondernemerschap weegt zwaar in de juridische beoordeling.

Ook het feit dat chauffeurs zelf verantwoordelijk zijn voor hun voertuig, verzekeringen en overige bedrijfskosten speelde een belangrijke rol. Volgens het hof past dit profiel bij zelfstandig ondernemerschap en niet bij loondienst.

Eerder oordeel Hoge Raad gaf richting

Het gerechtshof had eerder vragen voorgelegd aan de Hoge Raad over de kwalificatie van de arbeidsrelatie bij Uber. Begin 2025 oordeelde het hoogste rechtscollege dat Uber-chauffeurs in principe als legitieme zzp’ers kunnen ondernemen. Uber zag die uitspraak destijds al als een belangrijke doorbraak in het conflict.

Met het huidige arrest sluit het hof zich aan bij die lijn en komt het definitief tot de conclusie dat de betrokken chauffeurs geen werknemers zijn.

Jarenlange juridische strijd tussen Uber en FNV

De zaak sleept zich al sinds 2020 voort, toen FNV Uber voor de rechter daagde om een einde te maken aan wat de vakbond beschouwde als schijnconstructies. In 2021 kreeg FNV nog gelijk van de rechtbank Amsterdam, die oordeelde dat Uber de chauffeurs in dienst moest nemen.

Uber ging echter in hoger beroep, wat nu heeft geleid tot een tegenovergestelde uitkomst.

Teleurstelling bij FNV, vervolgstappen niet uitgesloten

De vakbond reageert teleurgesteld op het arrest. FNV had gehoopt dat het hof in ieder geval chauffeurs die voornamelijk of uitsluitend voor Uber rijden als werknemers zou aanmerken. Volgens de bond blijft de machtsverhouding tussen platform en chauffeur in de praktijk scheef.

FNV laat weten vervolgstappen te overwegen, al is nog niet duidelijk of een nieuwe juridische procedure wordt gestart.

Met de uitspraak krijgt Uber voorlopig juridische duidelijkheid in een van de meest beladen discussies rond platformwerk in Nederland. Tegelijkertijd blijft het debat over de positie van zzp’ers in de platformeconomie onverminderd actueel.

Deel dit artikel
FacebookWhatsAppX